De mythe van de rode bloedcel

Verbetert erythropoëtine (epo) of bloeddoping de prestaties van wielrenners en andere duuratleten?

Bram Brouwer

 
 

paperback/ gebrocheerd: € 27.50: GRATIS verzending! (NL)

ISBN: 9789490951177, geïllustreerd, 352 blz., October 2014
Formaat: 23.8 (h) x 16.9 (b) x 1.8 (d) cm. Gewicht: 745 gram.

Uitgever: 2010 Uitgevers BV

beschrijving

De mythe van de rode bloedcel maakt duidelijk dat de Amerikaanse ex-beroepswielrenner Lance Armstrong zijn zeven tourzeges mogelijk wel met, maar vrijwel zeker niet door epo- of bloeddoping behaalde. Hetzelfde geldt voor de prestaties van zijn voormalige collega de Nederlander Michael Boogerd en voor vele andere atleten die geschorst werden vanwege het gebruik van epo- of bloeddoping. Dit boek beschrijft de resultaten van bijna acht jaar studie naar de vermeende prestatieverhogende werking van epo- en bloeddoping. Het laat zien dat het zeer onaannemelijk is dat deze vormen van doping aerobe prestaties zoals wielrennen significant bevorderen en dat ze zeker niet doorslaggevend zijn in echte wedstrijden.

Bram Brouwer is arbeids- en organisatiepsycholoog en sportpsycholoog. Ook is hij al ruim 35 jaar schaatstrainer. Begin jaren tachtig was Brouwer een van de eerste gediplomeerde wielrentrainers in Nederland. Verder was hij ruim 35 jaar actief als prestatiefietser, wielrenner, langebaanschaatser en langeafstandsloper. Vanaf het begin van de jaren tachtig was hij, samen met zijn vrouw Gonnie (topmarathonschaatsster en -wielrenster), professioneel begeleider van duuratleten in diverse sporten, maar vooral van wielrenners. Hieraan kwam halverwege de jaren negentig abrupt een einde toen Gonnie tijdens het geven van een wielertraining plotseling onwel werd en overleed. Een aantal jaren daarna ging Brouwer arbeids- en organisatiepsychologie studeren bij de Open Universiteit. Hij studeerde in 2009 cum laude af op het onderwerp 'Doping als drogreden' en behaalde de aantekening sportpsychologie. Vervolgens heeft Brouwer zijn studie naar de vermeende effecten van doping voortgezet in een promotieonderzoek, waarvan dit boek (zijn proefschrift) de weerslag is.

De mythe van de rode bloedcel is niet alleen leerzaam voor sportliefhebbers in het algemeen, maar ook voor (wielren)trainers, antidopingautoriteiten, en juristen, fysiologen, psychologen, filosofen en beleidsmakers in de sportwereld, al dan niet in opleiding. Het boek kan gebruikt worden in de opleidingen voor (paramedische) sportgezondheidszorg op hbo-niveau en hoger.

Meer teksten en voorbeelden:

recensie citaatEffect epo heft zichzelf op
Jammer dat Wim Ko¨hler in zijn bespreking van het proefschrift van Bram Brouwer (Met epo fiets je niet sneller, 8/10) alleen het eerste deel van de argumentatie van Brouwer aanhaalt waarin deze stelt dat het bewijs van het prestatieverhogende effect van epo aan alle kanten rammelt .
Inderdaad, epogebruik (maar ook bloedttransfusie) verhoogt het aan- tal rode bloedcellen en hierdoor kan er, evenredig, meer zuurstof gebonden worden.
Door het hierbij te laten en door de toegevoegde informatie over klimtijden in de Tour de France wordt een sfeer van ongeloof over de juistheid van Brouwers conclusies neergezet. Zoals Brouwer echter ook be schrijft: meer rode bloedcellen betekent ook dat het bloed meer dan evenredig, namelijk exponentieel, dikker (vis-keuzer) wordt. Daardoor wordt het transport van de zuurstof naar de spieren ernstig afgeremd.
Deze twee effecten van epo werken dus tegengesteld op het prestatiever- mogen en het netto effect kan bij een bepaalde concentratie rode bloed- cellen, uitgedrukt in de hematocriet (volume percentage van de cellen per volume bloed), zelfs negatief zijn.
In laboratoriumexperimenten is aangetoond dat er een optimale he- matocriet bestaat die weliswaar tij- dens inspanning iets hoger ligt dan in rust, maar zelfs dan slechts een fractie hoger dan de natuurlijke waarde.
Puur wetenschappelijk gezien is er dus geen enkel bewijs dat je door epo sneller gaat fietsen. Als dit, incidenteel, toch gebeurt, moeten we spreken van een 'placepo' effect . Max Hardeman Klinisch biochemicus, em. senior onderzoeker, Academisch Medisch Centrum Amsterdam
Dopingpropaganda
"De grootste bedreiging voor de sport is niet het dopinggebruik, maar de wijze waarop het gebruik van zogenaamde doping geduide middelen bestreden wordt."
Deze uitspraak van de sportfilosoof dr. Jan Tamboer, daterend uit zijn colleges aan de Vrije Universiteit van meer dan 25 jaar geleden, is niet alleen nog steeds actueel, maar dreigt helaas steeds sterker bewaarheid te worden.
De promotie van Brouwer (Met epo fiets je niet sneller, 8/10)zal niet meer dan een rimpeling veroorzaken in de sportvijver. De komende jaren zal steeds duidelijker worden dat gebruik van epo (bloeddoping) door gezonde sporters geen of nauwelijks effect heeft op de prestatie. Spraakmakend in vakkringen was al de publicatie van Heuberger e.a. (British Journal of Clinical Pharmacolog y, juni 2013).
Inmiddels werken instanties als WADA en de Dopingautoriteit koortsachtig aan de 'waterkwaliteit' van de sport vijver.
Niemand vraagt zich meer af op wiens gezag dit gebeurt. Net zoals er momenteel een War on terror en een War on drugs is, is er ook een War on doping.
Waar komt toch die waarheid vandaan over middelen die prestaties bevorderen, de gezondheid schaden, of - nog gekker - handelen in strijd met de 'spirit of sports'? (Dit zijn de drie pijlers in de officie¨le defi- nitie van doping.)
Wanneer zullen sporters en hun trainers eindelijk eens opstaan tegen al die waarheidslievende, bemoeizuchtige en gebakken lucht verkopende officials en beleidsmakers in de
sport?
Sporters aller landen verenigt u, voer geen oorlog, maar sta er simpelweg op dat de waarheden over prestatieverbetering en gezondheidsschade door deskundigen boven tafel worden gebracht.
En reken alsjeblieft definitief af met het begrip 'spirit of sports'. Red uw sport, de sport is van u.
recensie citaat'Met epo fiets je niet sneller'
Doping
Epo een wondermiddel? Nooit is wetenschappelijk bewezen dat het wielrenners helpt, stelt psycholoog Bram Brouwer.

Het dopingmiddel epo laat wielrenners niet harder rijden. Lance Armstrong won zijn zeven Tours de France wel me´t, maar niet do´o´r epo. Dat schrijft sportpsycholoog Bram Brouwer in zijn proefschrift, dat hij morgen verdedigt.
Epo geldt als enige dopingmiddel dat echt prestaties van duursporters verbetert. Het is een stof die de aanmaak van rode bloedcellen bevordert. Rode bloedcellen transporteren zuurstof van de longen naar de spieren. Als de zuurstoftoevoer een beperkende factor is, verbetert epo dus het trapvermogen van de wielrenner.
Toen het epogebruik begin jaren negentig aan het licht kwam raakte de wielrennerij langzaamaan in crisis. Het leidde tot politie-invallen in rennershotels. Ploegartsen en -leiders en coureurs zaten dagen in hechtenis. Rabobank en andere grote sponsoren haakten af. Lance Armstrong raakte uiteindelijk zijn zeven overwinningen (1999-2005) in Frankrijk kwijt en is nog steeds in rechtszaken verwikkeld.
"Het lijkt op heksenvervolging. We straffen mensen voor dingen waarvan niet vaststaat of ze kloppen", zegt Bram Brouwer. Nooit is wetenschappelijk goed aangetoond, zegt hij, dat epo bij topwielrenners de prestaties verbetert .
Op drie manieren poogt Brouwer in zijn proefschrift aan te tonen hoe slechte wetenschap ons, de renners en de dopingbestrijders een rad voor ogen heeft gedraaid. Veel aandacht kregen een paar jaar terug twee onderzoeken die aantoonden dat in het epotijdperk (de jaren negentig) de top- pers in het wielrennen een paar procent sneller reden. Het waren onderzoeken van de Fransman Nour El Helou en de Zwitser Thomas Perneger. "Die studies zijn verschrikkelijk slecht van kwaliteit", verzucht Brouwer.
Een van de onderzoekers vergeleek de epoperiode van 1993 tot 2008 met
de hele naoorlogse periode van 1945 tot 1992. Samen met statisticus Hein Lodewijkx deed Brouwer het nauwkeuriger. Hij analyseerde de uitslagen van de ronden van Frankrijk, Italie¨ en Spanje - de drie belangrijkste etappe-wedstrijden - per periode van vijf jaar, van 1947 tot 2008. Hun conclusie is dat het wielrennen begin jaren zestig en in de jaren tachtig tweemaal een grote sprong voorwaarts maakte. En in de jaren zeventig en in de epo-jarennegentig juist niet.
Geruchtmakend onderzoek
En een directe replicatie van een van die geruchtmakende onderzoeken, met een betere statistische methode, gaf een tegengestelde uitslag: geen epo-versnelling. Brouwer: "Wielren- ners fietsen steeds sneller sinds wielrennen bestaat. Maar in de epotijd zijn
ze helemaal niet harder gaan fietsen." In een theoretisch-fysiologische analyse laat Brouwer ook zien dat de kans klein is dat epo een wielrenner sneller vooruit helpt. "Vanuit de theorie kan ik niet verklaren dat epo bij een topatleet zou werken. Mogelijk gaan ze er zelfs mi´nder door presteren." Een derde belangrijk argument van Brouwer is dat de wetenschap nooit goed heeft aangetoond dat epo de prestaties verbetert.
Brouwer en een paar collega's zochten alle bestaande onderzoeken naar prestatieverbetering door epo: 17. Uit die zogenaamde meta-analyse komt dat een epo-gebruiker 3 tot 4 Watt meer vermogen levert dan een niet-gebruiker. Maar in de koers levert een wielrenner soms wel 700 Watt. Brouwer zwakt die 3 Watt verschil verder af: "Statistisch gezien moesten we het
grootste deel van dat verschil toewijzen aan andere experimentele factoren dan epo. In de wielersport waarin tactiek en teamspel de hoofdrol spelen valt het verschil echt weg. In het schaatsen, waarbij iedere sporter in een eigen baan start, kan dat anders zijn."
Toch zijn er tijdritten en aankomsten bergop waar grote rondes met seconden verschil worden beslist. En daar is de renner vooral op zichzelf aangewezen. "Zelfs bergop heb je nog profijt van achter iemand te rijden", werpt Brouwer tegen. "Kijk maar hoe Fabio Aru dit jaar de ronde van Spanje won. Dumoulin lag op gegeven moment elf seconden achter. Toen lieten ploegmaats van Aru zich terugzakken uit een kopgroep en namen hun kopman op sleeptouw. Daarna liep het verschil op tot minuten."
Van de dopinglijst
Na zo'n proefschrift is de vraag of epo van de dopinglijst moet. Met als kanttekening dat er heel veel middelen op die lijst staan waarvan bekend is dat ze prestaties niet verbeteren. Ze staan erop om gezondheidsschade te voor- komen, werpen dopingbestrijders dan tegen. "Ik ga niet over de dopinglijst", zegt Bouwer. "Ik ben tegen epo-gebruik, maar voor gezonde topatleten zijn de gezondheidsgevaren van epo niet erg groot. De gezondheidsrisico's van epo zijn in ieder geval aanzienlijk geringer dan de gezondheids- risico's van wielrennen."
recensie citaatEpo werkt niet bij gezonde sporters

Doping met epo werkt niet. De prestatieverhogende werking ervan is een hersenschim en berust vooral op ongetoetste anekdotiek van beroepsrenners die bij dopingkwesties betrokken waren. Dat stelt sportpsycholoog en schaats- en wielrentrainer Bram Brouwer in zijn proefschrift De mythe van de rode bloedcel, waarvan deze week ook een handelseditie verscheen (2010 Uitgevers).

Voor zijn stelling heeft Brouwer theoretische en empirische argumenten. De werkzaamheid van epo berust op de volgende redenering: epo verhoogt het aantal rode bloedcellen in het bloed en daarmee het hematocriet. Het bloed kan dan meer zuurstof binden waardoor de zuurstoftransportcapaciteit toeneemt en daardoor de maximale zuurstofopname (VO2max). Met die hogere VO2max stijgt het maximaal aeroob vermogen dat de renner kan leveren en waarmee hij uiteindelijk langdurig harder kan fietsen. Volgens Brouwer is behoudens het eerste verband - dat tussen epo en het aantal rode bloedcellen - elk ander verband niet lineair en onjuist. Dat eerste verband moet ook wel juist zijn vanwege de bewezen medicinale functie bij patiënten met anemie. Maar volgens Brouwer mag de prestatieverbetering bij patiënten die epo toegediend krijgen, niet worden geëxtrapoleerd naar gezonde goedgetrainde duuratleten.

Tijdens wielrenwedstrijden als de Tour en de Giro kan het hematocriet van renners afnemen (sportanemie) en dat zou hun aerobe prestatiecapaciteit aantasten. Doping zou die 'schadelijke' gezondheidsconditie genezen. Volgens Brouwer is sportanemie echter een normale fysiologische reactie, die aerobe inspanningen juist faciliteert en die niets te maken heeft met een prestatiebeperkende pathologische anemie (tekort aan rode bloedcellen). Het 'genezen' van sportanemie met epo heft dat 'natuurlijke voordeel' volgens Brouwer op en 'werkt daardoor tegengesteld aan wat die "genezing" beoogt'. 'Met bloeddoping', stelt hij, 'stijgt de maximale hartslag. Dat zou een dubbel voordeel geven: snellere bloedcirculatie en meer zuurstoftransport. Het aeroob vermogen van renners zou dan evident toenemen en dat in een sport waarin 0,1 procent extra vermogen al doorslaggevend is. In tegenstelling tot deze beweringen bleek dat bloedtransfusies bij gezonde atleten juist tot een lagere bloedstroomsnelheid en een lagere zuurstoftransportcapaciteit leiden en dus eerder tot een lager aeroob vermogen.'

Brouwer presenteert verder een meta-analyse over 17 epostudies. Conclusie: 81-96 procent van de in de epostudies geobserveerde progressie in aerobe prestatiecapaciteit kan niet aan epo worden toegeschreven. Zijn controversiële maar opmerkelijke slotsom: 'Lance Armstrong behaalde zijn zeven touroverwinningen wel met, maar niet door doping.'
  1. Leg in mijn winkelwagen!

Meer boekennieuws op Facebook.