Mijn leven met Ninjo

het verhaal van een mislukte adoptie

Renilde Duif

paperback/ gebrocheerd: € 14.95
ISBN: 9789463385701, March 2019
Formaat: 21.3 (h) x 13.3 (b) x 1.4 (d) cm. Gewicht: 180 gram.

Uitgever: Aspekt B.V., Uitgeverij

redactie: Ben Droste

beschrijving

‘Mijn zoon Donjo is op 31 december vorig jaar overleden, hij was vijfendertig jaar. Silke, mijn jongste dochter, was de enige van de familie die nog contact met hem had. Ik had hem zelf al vijftien jaar niet meer gezien. Samen hebben we de crematie geregeld. Hoewel ik dat eerst niet van plan was, heb ik uiteindelijk toch wat gezegd bij de uitvaart, ook om alle mensen te bedanken die hun best voor hem gedaan hadden. In het crematorium bleek dat de zaal vol zat. Behalve een handjevol familie en werkbegeleiders waren er vooral drugshandelaren en criminele vriendjes. Ze kwamen na afloop naar me toe om te zeggen dat ik mooi gesproken had.
Mijn toenmalige echtgenoot en ik wilden graag kinderen, maar we hoefden ze niet per se allemaal zelf te maken, vonden we. Co was ex-priester en zeer idealistisch. Nadat onze twee dochters geboren waren, reageerden we op de oproep van de schrijver Jan de Hartog om Koreaanse halfbloedkindjes te adopteren. In het programma van Mies Bouwman vertelde hij dat de kinderen die een Amerikaanse soldaat als vader hadden, in Korea verstoten werden, en dat hij er zelf ook twee had geadopteerd. In 1976 kwam Donjo bij ons, als vierjarig jochie. Silke was nog geen jaar toen, mijn oudste dochter Gilinde was twee. Tot onze verbazing bleek Donjo een volbloed Koreaans kind te zijn. Na de scheiding van zijn ouders is hij door de familie van zijn vader opgevoed, totdat zijn vader een nieuwe vrouw kreeg. Toen was er volgens de traditie geen plaats meer voor hem en is hij naar een kindertehuis gebracht.
Vanaf de eerste nacht dat Donjo bij ons was, had hij afschuwelijke nachtmerries. Elke avond werd hij gillend wakker en ging dan door het huis rennen, dat heeft jaren geduurd. We konden er op geen enkele manier vat op krijgen. Een grote angst of een trauma moet daar de oorzaak van zijn geweest. We hebben zelfs even gedacht dat hij een oorlogssituatie had meegemaakt, maar dat kon historisch gezien niet kloppen. In elk geval was het zo ernstig dat het niet alleen door de overgang van Korea naar hier kon komen. Alles hebben we geprobeerd, eerst mild, met troosten en verhaaltjes vertellen, later hielden we zijn kop onder de koude kraan. Maar ook dat hielp niet. Ten slotte, rond zijn elfde, ontdekten we dat hij rustiger werd als we de televisie voor hem aanzetten.
Toch had Donjo de eerste tijd zeker wel lol in het leven. Al heb ik hem nooit zo gezien als op deze foto, die gemaakt is in het kindertehuis in Korea. Die onbevangen blijheid, dat vertrouwen in de wereld om hem heen was hij al definitief kwijt toen hij bij ons kwam. Als je hem een standje gaf, vertrok zijn gezicht in een masker en kreeg je op geen enkele manier toegang tot hem. Met Silke en Gilinde waren er voortdurend conflicten omdat hij al het speelgoed om zich heen verzamelde en niet wilde dat iemand eraan kwam. Hij was impulsief en chaotisch. Als hij thuiskwam uit school, gooide hij zijn fiets neer op de oprit, smeet zijn jas waar het hem uitkwam.
Al heel vroeg, tegen zijn vijfde, zijn we hulp gaan zoeken bij het Medisch Opvoedkundig Bureau, tegenwoordig Jeugd-riagg. Daar gaven ze ons het advies om hem met behulp van positieve conditionering meer orde en structuur bij te brengen. Ik maakte een lijst met dingen die ik graag wilde veranderen, en pakte die stuk voor stuk aan. Bijvoorbeeld: jas aan de kapstok hangen. Donjo kon een week lang punten verdienen elke keer als hij het goed deed. Voor de vorm liet ik de andere kinderen ook meedoen, maar aan het eind van de week hadden Silke en Gilinde alle punten en Donjo geen één.
De diagnose mbd werd gesteld, minimal brain disorder. Nu zouden ze het ADHD noemen. Donjo ging naar een lom-school, voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Daar hebben ze hun handen vol aan hem gehad. De taal leren spreken was al heel moeilijk voor hem toen hij uit Korea naar Nederland kwam, maar schrijven, lezen en rekenen heeft hij nooit onder de knie gekregen. Dat was op latere leeftijd een grote bron van frustratie voor hem. Hij kon bijvoorbeeld geen rijbewijs halen, omdat het theorie-examen niet lukte. Terwijl hij dol was op auto’s. Op zijn veertiende haalde de politie hem eens van de weg, hij reed 140 kilometer per uur. Hij stapte uit, met een brede grijns, en zei tegen die agenten: ‘Ik kan goed autorijden, hè?’ Dat was Donjo ten voeten uit. Hij was charmant en creatief, heel handig met zijn handen en hij kon goed koken, maar door dat gebrek aan basisschoolkennis heeft hij nooit een vak kunnen leren. Ik heb het altijd jammer gevonden dat de middeleeuwse gildes niet meer bestaan, dan had een ambachtsman hem misschien onder zijn hoede kunnen nemen.
In het eerste jaar van het voortgezet onderwijs begon het gesodemieter. Het spijbelen, het weglopen, in no time ging het mis. Vandalisme, fietsdiefstallen, van alles. En wat je hem ook aanreikte om ten positieve te veranderen, hij stak al zijn energie in pogingen om de gemaakte afspraken niet te hoeven nakomen. Ik heb onder mijn handen een misdadigertje zien groeien, zonder dat ik er iets aan kon doen. Toen ik hoorde dat hij lantaarnpalen kapotgemaakt had en een friettent in de fik had gestoken, heb ik overwogen om ontheffing van het ouderschap te vragen. Ik moest de schade vergoeden maar leefde van een klein inkomen en kon letterlijk de verantwoordelijkheid niet aan. De laatste maanden dat Donjo thuis woonde, voordat hij naar een jeugdinrichting ging, heb ik hem veel geslagen. Terwijl ik juist altijd iemand was van de zachte hand. Maar ik wist niet meer wat ik moest.
Het huwelijk met Co was binnen een jaar na de komst van Donjo helemaal misgelopen. We groeiden in korte tijd uit elkaar, omdat we steeds conflicten hadden over de aanpak van Donjo. Om een voorbeeld te noemen: Silke droeg nog luiers, en Donjo wilde op een gegeven moment ook een luier om. Van mij mocht hij, maar Co vond dat verschrikkelijk. Hij is weggegaan, en heeft Donjo nooit meer gezien. Mijn tweede man Hans is wel intensief en heel gedreven bij Donjo’s leven betrokken geweest, ook nog nadat we gescheiden waren. Maar zelfs Hans, bij wie altijd alles kon, heeft afstand van hem genomen en hem onterfd, nadat Donjo bij de dochter van Hans en zijn beste vriend had ingebroken en de tent had leeggehaald, en van hemzelf dierbare spullen had gestolen en verkocht.
Omdat ik twee keer was gescheiden en uiteindelijk een relatie met een vrouw kreeg, heb ik me jaren enorm schuldig gevoeld. Het algemene idee was toch, zeker in die tijd, dat het de schuld van de ouders is als kinderen ontsporen. Ook al bezwoeren mijn dochters dat mij als moeder niets te verwijten viel, ik heb vaak gedacht dat het door de niet altijd even stabiele gezinssituatie kwam dat het zo verkeerd gegaan is met Donjo. Tot ik het boek in handen kreeg van Geertje van Egmond, Bodemloos bestaan, over adoptiekinderen met een hechtingsstoornis. Daaruit begreep ik dat het verloren moeite is geweest dat wij door de adoptie-instelling geselecteerd waren op het vermogen om veiligheid en geborgenheid te geven. Want met aandacht en affectie kunnen die kinderen niet omgaan. Alle liefde en energie die je erin stopt, verdwijnt in een bodemloos vat. De enige manier waarop het heel misschien goed had kunnen gaan, was als Donjo in een ouderwets boerengezin terecht was gekomen, waar in de opvoeding geen ruimte was voor nuances en waar hij gewoon een gezond pak op zijn donder had gekregen op het moment dat hij zijn jas niet aan de kapstok hing.
Ik denk dat Donjo in Korea beter terecht zou zijn gekomen dan hier in Nederland, ondanks zijn outcastpositie. Daar zou hij in elk geval geen taalprobleem hebben gehad. Al blijft het altijd gissen naar de oorzaak als het fout gaat met adoptie. Een arts heeft ooit gezegd dat Donjo bij de geboorte vermoedelijk een hersenbeschadiging heeft opgelopen. Toch denk ik dat het beter zou zijn om internationale adoptie af te schaffen en die landen te helpen om zelf hun problemen op te lossen.
In de Overberg, de justitiële jeugdinrichting, heeft Donjo een goede tijd gehad. Maar toen hij eruit kwam, ging het al snel verkeerd. Hij kreeg weer foute vrienden en stal voortdurend. Annelies en ik gingen een weekje met vakantie omdat we daar dringend aan toe waren, en bij thuiskomst bleek hij te hebben ingebroken bij ons. Ik heb hem aangegeven bij de politie, hoe verschrikkelijk ik dat ook vond. En dat heeft Donjo als ultiem verraad beschouwd, want vanaf dat moment wilde hij geen contact meer met me.
Vanaf het moment dat hij kwam, ik was toen 27, heeft mijn leven in het teken gestaan van Donjo. Ik heb jaren op de rand van de armoede geleefd, ik heb carrièrekansen voorbij moeten laten gaan. Juist in de tijd dat het heel moeilijk was met Donjo, werd ik gevraagd om directeur te worden van het cultureel centrum in mijn woonplaats. Ik heb nee gezegd, het kon gewoon niet.
Ik heb zeker van Donjo gehouden in het begin. Hij gedroeg zich als een jonge aap die letterlijk op me sprong, aan me hing en me niet meer losliet. Wat altijd gebleven is, is het verantwoordelijkheidsgevoel. Na de scheiding van Co ben ik een aantal maanden heel erg bang geweest dat ze Donjo bij me zouden weghalen, omdat ik als alleenstaande moeder niet meer aan de normen voor adoptieouders voldeed. Ik was in staat geweest in die tijd, als het zover gekomen was, om mijn dochters in de steek te laten en met Donjo onder te duiken. Later, toen hij iedereen van de familie bestal en gebruikte en zich aan niets of niemand nog iets gelegen liet liggen, hebben anderen mij er steeds van moeten weerhouden om hem weer in mijn armen te sluiten. Ik bleef altijd hoop houden dat het beter zou gaan.
Vlak voor zijn dood ging het ineens écht beter met hem, zo hebben we achteraf gehoord. Hij had zich vrijwillig laten opnemen in een afkickkliniek, en hij was wonderbaarlijk snel van de drugs af. De diagnose schizofrenie was gesteld, de medicijnen die hij daarvoor kreeg, sloegen aan. Er was eindelijk hoop. Tot hij plotseling overleed aan een hartstilstand. Geen overdosis, geen moord, geen zelfmoord. Zomaar weg. Heel maf.”

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling: