Gooi me niet weg

Een liefdevol verhaal over partnerzorg bij alzheimer

Willem Brouwer

 
 

paperback/ gebrocheerd: € 20.00: GRATIS verzending! (NL)

ISBN: 9789078905059, 300 blz., December 2018
Formaat: 21.6 (h) x 14.1 (b) x 2.7 (d) cm. Gewicht: 450 gram.

Uitgever: Brouwerij Uitgeverij de

redactie: Henriette Faas

trefwoorden: alzheimer anesthesist dementie friesland gezondheid groningen gynaecoloog huwelijk leeuwarden lichaam en geest liefde mantelzorg mens en ...

beschrijving

Deze autobiografie gaat over een echtpaar. Beiden zijn arts: hij gynaecoloog, zij anesthesioloog. Na hun beider pensionering openbaren zich bij haar symptomen die wijzen op de ziekte van Alzheimer. Ze wil er niets over weten, laat staan een onderzoek ondergaan. Haar toestand is onbespreekbaar: als ze al alzheimer zou hebben, moet haar man maar bij haar weggaan, vindt ze.

De partner/mantelzorger probeert haar tegemoet te komen en de aandoening min of meer te negeren. Door vrienden en familie wordt er intussen al wel over gesproken. Een breekpunt is het moment wanneer een familielid haar confronteert met de dementie. Als het zo is, meent ze, zal ze ertegen vechten en laten zien dat ze er goed mee overweg kan. Ze vraagt haar man om haar in elk geval niet te laten opnemen in een 'inrichting' met daarbij de woorden: 'Laat me in mijn waardigheid'.

Pas als ze op een morgen ontdekt dat ze alleen geslapen heeft omdat ze de avond tevoren haar echtgenoot niet meer als zodanig herkende en hem niet in haar bed wilde hebben, is ze genegen zich verder te laten nakijken. Dan blijkt dat ze reeds in een soort middenfase van het dementieproces zit. De mantelzorg wordt zwaarder als het proces verder gaat, met valincidenten, incontinentie en sterke cognitieve achteruitgang. Uiteindelijk kan ze niets meer en moet bij alle vitale functies geholpen worden.

Het echtpaar krijgt te maken met het CIZ, het pgb, het zorgkantoor en de SVB. Er komt extra hulp ter ontlasting van de partner/mantelzorger. Zij vervlakt steeds meer, toont weinig emotie bij het bezoek van kinderen en kleinkinderen, die ze op een zeker moment niet meer kan benoemen. Ook haar partner en mantelzorger kan ze vaak niet meer plaatsen. En zo is er maar weinig meer van haar persoonlijkheid overgebleven.

In korte scènes wordt een beeld gegeven van haar achteruitgang, van haar overgang van een levendige actieve echtgenote naar iemand met een diepe dementie. Hij vindt bij de begeleiding van zijn vrouw veel steun in momenten die zijn vastgelegd in beeldmateriaal van zijn echtgenote: beelden uit een vorig leven waar zij geen weet meer van heeft en die nu voor hem de gelukkige dagen van weleer zijn geworden.

Inkijkexemplaar:

Meer teksten en voorbeelden:

over de schrijver(s)Willem Brouwer (1941) studeerde geneeskunde aan de Rijks Universiteit Groningen, waar hij zijn toekomstige vrouw ontmoette, de anesthesioloog Tineke Brouwer-Zijlstra.

Brouwer specialiseerde zich in obstetrie en gynaecologie aan het OLVG te Amsterdam. Van 1976 tot 2007 was hij als medisch specialist verbonden aan het Medisch Centrum Leeuwarden.

Na zijn pensionering als gynaecoloog werd hij in hetzelfde ziekenhuis kwaliteitsfunctionaris. Naast deze functie werden zijn werkzaamheden thuis geleidelijk uitgebreid met de verzorging van zijn zieke echtgenote.

In de overgebleven vrije tijd vaart hij in zijn sloep door het gebied van Grou-Eernewoude en schaatst hij in de Elfstedenhal. Hij heeft twee zoons en zes kleinkinderen.
toelichtingDeze autobiografie gaat over een echtpaar. Beiden zijn arts: hij gynaecoloog, zij anesthesioloog. Na hun beider pensionering openbaren zich bij haar symptomen die wijzen op de ziekte van Alzheimer. Ze wil er niets over weten, laat staan een onderzoek ondergaan. Haar toestand is onbespreekbaar: als ze al alzheimer zou hebben, moet haar man maar bij haar weggaan, vindt ze.

De partner/mantelzorger probeert haar tegemoet te komen en de aandoening min of meer te negeren. Door vrienden en familie wordt er intussen al wel over gesproken. Een breekpunt is het moment wanneer een familielid haar confronteert met de dementie. Als het zo is, meent ze, zal ze ertegen vechten en laten zien dat ze er goed mee overweg kan. Ze vraagt haar man om haar in elk geval niet te laten opnemen in een 'inrichting' met daarbij de woorden: 'Laat me in mijn waardigheid'.

Pas als ze op een morgen ontdekt dat ze alleen geslapen heeft omdat ze de avond tevoren haar echtgenoot niet meer als zodanig herkende en hem niet in haar bed wilde hebben, is ze genegen zich verder te laten nakijken. Dan blijkt dat ze reeds in een soort middenfase van het dementieproces zit. De mantelzorg wordt zwaarder als het proces verder gaat, met valincidenten, incontinentie en sterke cognitieve achteruitgang. Uiteindelijk kan ze niets meer en moet bij alle vitale functies geholpen worden.

Het echtpaar krijgt te maken met het CIZ, het pgb, het zorgkantoor en de SVB. Er komt extra hulp ter ontlasting van de partner/mantelzorger. Zij vervlakt steeds meer, toont weinig emotie bij het bezoek van kinderen en kleinkinderen, die ze op een zeker moment niet meer kan benoemen. Ook haar partner en mantelzorger kan ze vaak niet meer plaatsen. En zo is er maar weinig meer van haar persoonlijkheid overgebleven.

In korte scènes wordt een beeld gegeven van haar achteruitgang, van haar overgang van een levendige actieve echtgenote naar iemand met een diepe dementie. Hij vindt bij de begeleiding van zijn vrouw veel steun in momenten die zijn vastgelegd in beeldmateriaal van zijn echtgenote: beelden uit een vorig leven waar zij geen weet meer van heeft en die nu voor hem de gelukkige dagen van weleer zijn geworden.
recensie citaat,,Gooi me niet weg", zei Tineke Brouwer uit Leeuwarden tegen haar man Willem. Toen ze dat zei, waren haar hersenen al ernstig aangetast door alzheimer. Over dat ziekteproces schreef Willem Brouwer een aangrijpend boek.

Lees verder via de link
recensie citaatDe afgelopen jaren las Brouwer tal van boeken over dementie. Wat hij miste was een boek vanuit het oogpunt van de partner. Hij vond er slechts een enkele uitgave over. Je had natuurlijk het boek Ma, van Hugo Borst. Maar als partners ligt het anders. Wij zijn 24 uur per dag bij elkaar.

Zondag overhandigde hij het eerste exemplaar van het makkelijk leesbare, toegankelijke boek in het MCL aan Anne-Mei The, hoogleraar langdurige zorg en dementie. 'Dit boek is nodig', sprak zij. 'Heel indrukwekkend'.

Lees verder via de link
  1. Leg in mijn winkelwagen!

Meer boekennieuws op Facebook.