Lijden aan eenheid

Katholieke arbeiders op zoek naar hun politiek recht (1897-1929)

Jos van Meeuwen

ingenaaid: € 39.00: GRATIS verzending! (NL)
ISBN: 978-90-6550-605-4, geïllustreerd, 412 blz., June 1998
Formaat: 24.0 (h) x 16.0 (b) x 4.1 (d) cm. Gewicht: 550 gram.

trefwoorden: vakbondsgeschiedenis politieke geschiedenis sociale geschiedenis vakbeweging arbeidersgeschiedenis katholieke arbeiders katholieke politiek partij katholicisme katholieke zuil verzuiling kiesrecht mannenkiesrecht standsorganisaties Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties R.K. Staatspartij R.K. Werkliedenverbond A.C de Bruijn P.J.S. Serrarens verkiezingen negentiende eeuw twintigste eeuw

beschrijving

De Nacht van Schmelzer waarin het kabinet Cals door de katholieke Tweede Kamerfractie ten val werd gebracht, maakte een einde aan de exclusieve band tussen de katholieke arbeidersbeweging en de katholieke politieke partij. In 'Lijden aan eenheid' staat de totstandkoming van dit verbond centraal. In de katholieke politieke geschiedschrijving komen de katholieke arbeiders niet voor, zelfs niet als afficheplakkers of centenophalers. Toch zou er zonder hen geen katholieke politieke eenheid geweest zijn. Hun politieke opkomst dateert van 1897, toen het kiesrecht voor mannen verruimd werd. Aanvankelijk dreigden de katholieke arbeiders hun eigen weg te gaan, maar kerkelijk gezag en katholieke burgerij voorkwamen dat. Hun lange mars door de katholieke politieke instellingen op zoek naar 'politiek recht' bracht hen regelmatig in botsing met de andere katholieke maatschappelijke standen. Bij de reoganisatie van de 'Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties' tot 'R.K. Staatspartij' in 1926 werden de formele betrekkingen tussen de katholieke sociale organisaties en de politieke partij echter geregeld en was de katholieke politieke eenheid een (wankel) feit. Het R.K. Werkliedenverbond schikte zich slechts op bijzondere voorwaarden in die eenheid: bondsvoorzitter A.C de Bruijn claimde het lidmaatschap van het dagelijks partijbestuur, het verbond kreeg een ruime vertegenwoordiging in de partijraad en De Bruijn werd in 1929 met verbondsbestuurder P.J.S. Serrarens gekozen in de Eerste Kamer. Bij de Tweede Kamerverkiezingen mocht de katholieke arbeidersbeweging bepalen wie er in aanmerking kwamen voor de vier 'kwaliteitszetels arbeid en arbeidsvraagstukken'. De exclusieve band tussen arbeidersbeweging en partij stond er borg voor, dat de katholieke (georganiseerde) arbeiders de katholieke partij tot de jaren zestig in grote meerderheid trouw bleven.

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling: