Arm Leiden

Levensstandaard, bedeling en bedeelden, 1750-1854

Peter Pot

ingenaaid: € 39.00: GRATIS verzending! (NL)
ISBN: 978-90-70403-33-1, geïllustreerd, 367 blz., June 1993
Formaat: 24.0 (h) x 16.0 (b) x 3.6 (d) cm. Gewicht: 700 gram.

trefwoorden: armenzorg sociale geschiedenis stadsgeschiedenis Leiden economische geschiedenis bedeling bedeelden armoede zorg lokale geschiedenis armen wezen bejaarden textielnijverheid werkloosheid demografische ontwikkeling voedselprijzen levensstandaard Huiszittenhuis Leidse Spaarbank achttiende eeuw negentiende eeuw

beschrijving

Vraag een bejaarde inwoner van Leiden naar zijn of haar jeugd en de kans is groot op verhalen over het zware, door armoede beheerste leven van de arbeiders in de textiel- of conservenfabrieken die in het verleden zo'n belangrijke rol speelden in de economie van de Sleutelstad. In de pre-industriële periode was de armoede zo mogelijk nog ingrijpender: velen hadden zelfs te weinig geld om in primaire levensbehoeften als voedsel, huisvesting en kleding te voorzien. Ook Leiden, in deze periode behorend tot de grootste steden van ons land, had veel arme inwoners. De achteruitgang van de textielnijverheid vanaf ca. 1670 leidde tot grote werkloosheid en een massale uittocht van Leidenaars die elders hun geluk gingen beproeven. De bevolkingsomvang liep hierdoor tussen 1700 en 1795 met bijna de helft terug. Toen de voedselprijzen in de tweede helft van de achttiende eeuw gestaag opliepen, werd de situatie van de massa nog nijpender. Arm Leiden beschrijft een aantal facetten van de economische en sociale geschiedenis van Leiden in het tijdvak 1750-1854: de ontwikkeling van de levensstandaard, de omvang van de bedeling en de positie van de bedeelden in de Leidse samenleving. Onderzoek van de loongegevens, prijzen van voedingsmiddelen als roggebrood en aardappelen en huishuren laten zien, dat de koopkracht in Leiden in een aantal jaren forse dalingen doormaakte. Objectieve cijfers en subjectieve meningen van tijdgenoten komen wat dat betreft overeen. In tegenstelling tot wat beweerd wordt, hadden de fluctuaties van koopkracht en levensstandaard geen invloed op de aantallen geborenen, huwelijken en overledenen. De lengte van Leidse dienstplichtigen vertoonde wel samenhang met de levensstandaard. De grootste instelling van sociale zorg was het half kerkelijke, half stedelijke Huiszittenhuis. De bedeling bestond vooral uit goederen of bonnen. Door de strenge eisen die aan kandidaten voor ondersteuning gesteld werden, vielen nogal wat armen buiten de boot. Zij moesten hun toevlucht zoeken tot andere overlevingsstrategieën zoals de stad verlaten, eigendommen verpanden, sparen bij de Leidse Spaarbank, kopen op de pof, (huur)schulden maken, leven van burenhulp of uitkeringen van gilden, fondsen of beurzen. Prostitutie, bedelarij en diefstal waren criminele 'oplossingen'. Overigens moesten ook bedeelden aanvullende inkomsten zien te krijgen, want van bedeling alleen viel niet te leven. Veel bedeelden werkten dan ook een deel van de tijd. Dit heeft ertoe bijgedragen, dat in Leiden geen echte 'onderklasse' is ontstaan. Bedeelden waren normale arbeiders, die er, al of niet tijdelijk, niet in slaagden in hun levensonderhoud te voorzien.

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling:

Bot detected - pagehit Not For our stats.