Vrijmetselarij en samenleving in Nederlands-Indië en Indonesië 1764-1962

T. Stevens

gebonden: € 39.00: GRATIS verzending! (NL)

ISBN: 978-90-6550-391-6, geïllustreerd, 400 blz., July 1994
Formaat: 24.5 (h) x 17.0 (b) x 2.8 (d) cm. Gewicht: 869 gram.

trefwoorden: vrijmetselarij, Nederlands-Indië, Indonesië, godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, maçonnieke geschiedenis, Grootloge van Nederlandsch-Indië, ...

beschrijving

Theo Stevens beschrijft op basis van gedenkboeken, tijdschriften, enquêtes en interviews, de twee eeuwen omspannende maçonnieke geschiedenis onder de tropenzon. Zijn leidraad is de integrerende vraag: wat is er sinds de oprichting van de eerste loge midden 18e eeuw gebeurd met de ideeën van de Vrijmetselarij -een product van de Westeuropese Verlichting- binnen de context van het Nederlandse koloniale bestel in Indië? Hoe en in welke mate heeft het maçonnieke gedachtengoed onder Indonesiërs ingang gevonden? De 'Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden' is een vereniging van uitsluitend mannen, die zich op de grondslag van een aantal vaste, door traditie gevormde beginselen verenigd hebben. De plaatselijke afdelingen, loges, beschikten over een grote mate van zelfstandigheid. Voor de vrijmetselaar staat het streven naar zelfkennis voorop. Vanuit deze zelfkennis dient de eigen verantwoor-delijkheid ontwikkeld te worden en het inzicht dat de mens niet voor zichzelf alleen leeft, maar dient bij te dragen aan het geluk van de mensheid. De Indische Vrijmetselarij richtte zich aanvankelijk op het lenigen van directe nood onder de Indo-Europese bevolking. In de tweede helft van de 19e eeuw werden instellingen op gebied van onderwijs, vorming en ontwikkeling gesticht. De bloeiperiode van de Vrijmetselarij (1890-1930) viel samen met de expansie van de koloniale staat. De 'Provinciale Grootloge van Nederlandsch-Indië' en het in 1895 opgerichte 'Indisch Maçonniek Tijdschrift' brachten een grotere saamhorigheid van loges en leden. Begin 20e eeuw werd binnen de loges veel gesproken over het lidmaatschap van Indonesiërs en de houding die de Nederlandse vrijmetselaren moesten innemen tegenover de indonesische bevolking en het nationalisme. Na 1930 ging het bergafwaarts met de Vrijmetselarij. Na de oorlog was er nog een korte opleving, maar enkele jaren nadat de eerste eigen Indonesische loges ontstonden, moesten alle werkzaamheden worden beëindigd.

Figuren/plaatjes:


Achterkant
  1. Leg in mijn winkelwwagen!

Meer boekennieuws op Facebook.