En de grote rodekolen en de rode kroten rooien

Jan Hanlo's moedertaal

Wiel Kusters

paperback/ gebrocheerd: € 15.00
ISBN: 978-90-79020-18-8, geïllustreerd, 64 blz., December 2012 UITVERKOCHT!

Uitgever: v/h Huis Clos

boekontwerper: Piet Gerards

Hanlo: uitzonderlijk experimenteel taalkunstenaar

Wiel Kusters en Huis Clos vonden elkaar om Jan Hanlo meer recht te doen, de uitzonderlijke dichter die even bekend als onbekend is bij het lezerspubliek. Zeg 'Oote' en ieder die middelbare school heeft bezocht, roept 'Boe'; zeg 'Ik noem je…' und jeder schweigt stille. Die gekke Hanlo. Dat is het beeld.
De dichter Wiel Kusters voelt zich verbonden met de taalkunstenaar Hanlo. Dat denken wij niet omdat zij beiden zuidelijke dichters zijn, maar omdat een zelfde speels-serieuze ondertoon hun poëzie definieert, omdat wat licht is zich uit de duisternis bevrijd heeft. De bloedserieuze wijze waarop de taal gevierd wordt, bindt hen en juist de bijzondere taalgevoeligheid van Hanlo intrigeert de dichter/essayist.
Kusters geeft in 'En de grote rodekolen En de rode kroten rooien' een nieuwe betekenis aan de experimentele gedichten 'Jossie', 'De mus' en 'Oote' van Jan Hanlo. Wie Kusters leest zal deze gedichten nooit meer kwalificeren als een ‘niet zo originele dada-reprise’ of Hanlo-kunstje.
Uit het creatieve werk en de brieven van Hanlo construeert de dichter/essayist al ‘wandelend’ de context van de 'moeder-taal' die tegenover de 'vader-taal' staat. Waar die laatste de normatieve orde van de taal vertegenwoordigt, transparantie en gefixeerde betekenissen, staat de 'moeder-taal' voor het anders-zijn, voor klank, lust, het troebele. Dus voor taalgebruik dat de grammatica en spelling verstoort en een nieuw orde creëert waarin de ‘materialiteit’ van de taal heerst, waar bijvoorbeeld ‘het niet-menselijk intellect’ een kans krijgt. Nogal wat gedichten, brieven en prozastukjes in de typische 'moeder-taal' passeren de revue, en we ontmoeten onder anderen Lieve Mai, de merel, de mus, de vader, Louis Armstrong, Lys Assia, Raimu, Bonpapa en Simon Vinkenoog in deze prikkelende verkenning van Hanlo’s taalgebruik.
Het wordt de lezer duidelijk dat 'Oote' op geïntegreerde wijze deel uit maakt ‘van Jan Hanlo’s particuliere heruitvinding van de taal als materiële taal, klinkend van dicht bij de oorsprong'. Taal die de allervroegste en allerintiemste staat van verbondenheid met het moederlijke vertegenwoordigt en het daarbij behorende gevoel in stand houdt.’ Overtuigend toont de essayist aan dat regels als 'En daarna met de mijden/ naar de wijden helpen melken' geen trucje zijn maar typische, betekenisvolle uitingen van Hanlo’s ‘tweetaligheid’.
Poëzie als vakantie van de filosofie krijgt in Jan Hanlo’s moedertaal een essayistische pendant.

Meer teksten en voorbeelden:

Hanlo-kenner Wiel KustersWiel Kusters (1947) is dichter, essayist en honorair hoogleraar in de algemene... lees de hele tekstflaptekstDichter/ essayist Wiel Kusters geeft een nieuwe betekenis aan de experimentele... lees de hele tekst

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling: