Gemis en overvloed – Gedichten

Elisabeth Cheixaou

ingenaaid: € 9.60

ISBN: 978-90-70338-44-2, 48 blz., January 1995 UITVERKOCHT!

Uitgever: Uitgeverij Kairos

Gemis en overvloed – Gedichten

Voor ‘Gemis en overvloed‘ heeft Rob Leopold uit
de niet meer te verkrijgen en ook antiquarisch nauwelijks
te vinden dichtbundels van Elisabeth Cheixaou
(1907–1997) de mooiste gedichten bijeengebracht.
en in zijn nawoord kort toegelicht.
De poëzie van Elisabeth Cheixaou heeft een plastisch en
opvallend dynamisch karakter. Haar verzen geven stem
aan de rijkdom èn het gemis dat in principe ieders deel
wordt.
Een dionysisch ervaren van het leven verbindt zij met
reflectie en een innerlijk schouwen. Haar inspiratie komt
voort uit een diep religieus gevoel en breekt vanuit een
oorspronkelijk christelijke beeldtaal als vanzelf door naar
een universeel niveau.
In alles komt zij als vrouw naar voren, bewust als ze is van
bepaalde extentiële krachten die in de vrouw schuilgaan.
Vrijmoedig bezingt zij, vanuit eenzelfde inspiratie,
de liefde tussen vrouw en man, in verzen waarvan enkele
tot het mooiste op dit gebied in onze literatuur gerekend
mogen worden.
De verzen uit haar beide eerste bundels zijn diep doorvoeld
en zeer bevlogen, later worden haar gedichten onder invloed
van de moderne poëzie uit de jaren vijftig eenvoudiger en
objectiever, zonder aan innigheid te verliezen. De bundel
wordt besloten met enkele van de verspreide gedichten.

Over dichteres Elisabeth Cheixaou
Elisabeth Cheixaou is het pseudoniem van B.L.E. de Graaf-
Boukema, geboren in 1907 te Zweelo, Drente. Haar vader
was predikant van Friese afkomst, haar moeder had
behalve Nederlands ook Frans en Pools/Litouws bloed in
de aderen. Aan haar Pools/Litouwse overgrootmoeder
ontleende zij het pseudoniem Cheixaou, uit te spreken als:
‘sjeikzou’.
In 1908 werd haar vader dominee van de gereformeerde
gemeente te Neede en daar groeide zij op. Er werd thuis
veel gemusiceerd, vader speelde viool, moeder orgel, maar
Elisabeth’s hart ging altijd uit naar tekenen. Na een lange
periode van ziekte overleed haar vader en verhuisde
moeder met het gezin naar Zeist. Voor een studie was geen
geld, en Elisabeth werkte enige jaren in een kindertehuis.
In 1932 trouwde zij met Jan de Graaf, die zijn vader opvolgde
als directeur van een sigarenfabriek in Driebergen.
Tijdens de oorlog brandde de fabriek door toedoen van de
NSB geheel af. In 1953 werd haar man benoemd tot
honorair consul van Tessin, Zwitserland. In de woelige
naoorlogse jaren leefden zij in het schilderachtige, hoog
boven Lugano gelegen Comano. In het vier eeuwen
oude huis ‘Piccolo Mondo’ ontvingen en verzorgden zij tot
1969 vele gasten, waaronder ook kunstenaars en weten-
schappers die er kwamen werken en uitrusten.
Haar echtgenoot promoveerde in 1985 op Martin Buber en
overleed in 1990 te Lugano. In 1991 keerde Elisabeth
Cheixaou terug naar Nederland om in Zeist te gaan wonen.


De publicaties van Elisabeth Cheixaou
De eerste dichtbundel van Elisabeth Cheixaou ‘Witte
Donderdag‘ verscheen in 1946 en werd door de literatuur-
kritiek enthousiast ontvangen; de bundel beleefde twee
herdrukken. Daarna verschenen nog de dichtbundels
‘Het Maanschip’ in 1952, ‘Wáár zeggen‘ in 1958 en ‘Wijn’
in 1963. Haar gedichten zijn in verscheidene bloem-
lezingen opgenomen.
Er zijn, behalve essays en boekbesprekingen in diverse
tijdschriften, ook een viertal proza-publikaties van haar
hand verschenen. In ‘Het vlammenorgel’ uit 1970
(herdrukt in 1973) geeft zij op haar zeer eigen en beeldende
manier een lyrisch doorvoelde matriarchale interpretatie
van de geloofsbelijdenis.
In het in 1977 verschenen boek ‘Sophia en Zarathoestra’
stelt zij de vrouwelijk intuïtie en wijsheid van de goddelijke
Sophia als bron van inspiratie tegenover de mannelijke
profeet van Nietsche.
In ‘Maar wat wil je dan? – Een boek van geluk ’uit 1982
geeft zij in poëtische schetsen de belangrijkste momenten
uit haar leven weer, en vooral hoe zij ze innerlijk beleefde;
een orginele en vaak ontroerende autobiografie.
De roman ‘Opstandige nonnen’ is niet in Nederland
uitgekomen, maar wel in een tijdschrift in het Engels
gepubliceerd onder de titel ‘Monastry under siege’
bij de University of Dayton College Press, Ohio in 1990.
Het verhaal speelt zich af in Portugal waar jonge vrouwen,
teleurgesteld in de mannen, zonder toestemming van het
Vaticaan een eigen nonnenklooster beginnen.
Daarnaast heeft zij onder haar eigen naam twee kinder-
boeken gepubliceerd. Het in 1972 verschenen ‘Alle vogels
vliegen’ beschrijft een avontuurlijke familiereis.
In ‘Lopen naar Parijs’ uit 1987 loopt een jongetje weg van
huis om het graf van zijn verongelukte ouders te bezoeken;
onderweg ontmoet hij onverwachte vriendschap en liefde.


Over samensteller Rob Leopold
Rob Leopold (1941–2005) stelde in 1962 de bloemlezing
‘Vermoeden van tijd samen uit de verzen van jonge
dichters in het Algemeen Handelsblad.
Van zijn eigen gedichten publiceerde hij betrekkelijk weinig.
In 1982 verscheen een bescheiden bundeltje ‘Druppels’,
in 1993 het lange gedicht ‘Ruimte’, en in 2002 ‘Het
kranskarwei’.
Vermelding verdienen o.m. het door hem samengestelde
boek ‘Blauwe bloemen’ (Terra/’t Widde Vool, 1990) en
het veel omvattende poëtische essay ‘Natuur & tuinkunst’
(1994) waarin hij zijn ideeën over integrale tuinkunst in
Nederland uiteenzet.

  1. Leg in mijn winkelwagen!

Meer boekennieuws op Facebook.