Ontschaduwd licht

Germain Droogenbroodt

paperback/ gebrocheerd: € 15,95
ISBN: 978-94-90347-24-6, geïllustreerd, 188 blz., oktober 2012
Formaat: 21,5 (h) x 13,5 (b) x 1,6 (d) cm. Gewicht: 300 gram.

Uitgever: Boekenplan

trefwoorden: gedichten, poëzie, vertaalde poëzie,

beschrijving

Ontschaduwd licht, de titel van de huidige poëziebundel, zal de lezer wellicht enigszins verbazen en doen denken aan de literaire traditie – die van het verlies van de schaduw – die, alhoewel niet frequent, sinds eeuwen in diverse culturen voorkomt. In de meeste gevallen verliezen de personages hun schaduw als straf door wangedrag of waanzin, of door hun schaduw aan de duivel te verkopen. Soms is het een wezen dat zich van het lichaam losmaakt en er later, na onvoorstelbare avonturen, vernederd of verbeterd weer naar terugkeert. Zoals blijkt overheerst een negatieve visie die meestal verbonden is met religie of hekserij, waar de schuld steeds een belangrijke plaats inneemt.

Dit is hier helemaal niet het geval. Wat Germain Droogenbroodt ons voorstelt is volgens mij niet zozeer het verwijderen van de schaduw om ze te zuiveren of te hervormen: het doel is eerder meer helderheid te verkrijgen dan het licht dat we zien of ontvangen. Zo is het ook niet toevallig, dat meerdere gedichten naar de zonsopgang verwijzen, naar het moment waarop het licht verschijnt dat opduikt uit een wereld van schaduwen die voortkomen uit de nacht. Een moment dat eveneens naar de oorsprong verwijst, naar een zich steeds weer herhalend begin – eeuwige wederkeer – waarmee iedere nieuwe dag begint, naar de oerbron, waarvan het heldere water schittert en laaft zonder schaduwen van twijfel en waar alles mogelijk is omdat alles nog moet geschieden. Tegelijk is het ook het ogenblik van oorspronkelijk ontstaan, waar nog geen duidelijke scheiding is tussen nacht en dag, tussen schaduw en licht, tussen droom en ontwaken. Een gunstig moment dus voor de creatie, voor het gedicht: “Tussen de wimpers/van het ochtendgloren/bevindt zich de eerste regel/van een nieuw gedicht”, leest men in De eerste regel. Een creatie die, zoals het licht, steeds aftastend opduikt, in een subtiel evenwicht tussen het woord en de stilte, tussen het naamloze en het noembare, in de kloof die zich tussen pen en papier bevindt, waarnaar meer dan wie ook Mallarmé verwijst. Dusdanig lijkt het mij dat de dichter naar het oerlicht refereert, naar een nog altijd uniek en oorspronkelijk licht, dat door geen enkele schaduw is gescheiden, dat zich met de dageraad uitstrekt en ons langzaam doordrenkt en laaft.

Maar dat zuiver moment, uniek door zijn helderheid, is niet blijvend. Leven betekent dat moment weer beleven, niet het te herinneren, maar het weer te herscheppen. Vandaar het verlangen dat ook in deze gedichten aanwezig is, een verlangen naar die volkomenheid, die schitterende leegte, waarheen men dient terug te keren, naar die mogelijke ruimte van het ontstaan, waar het woord, het gedicht en het denken één zijn. Alleen dáár kan die verlichting bereikt worden. Het blijft evenwel steeds een fragiel evenwicht zoeken “op de dunne koord/van de werkelijkheid” en als we ons van dat moment verwijderen, ervaren we verlies, de meedogenloze vernietiging van de tijd en daarmee gepaard de schaduwen, de schemering, eenzaamheid en melancholie, de sombere gemoedsstemmingen die ons erop wijzen hoe onherroepelijk het voorbije leven is.

Hoe dan ook, het is dat oorspronkelijke ontschaduwd licht dat onze geest doordrenkt en ons helpt om met de personen die ons omringen over die gevoelens van vergankelijkheid en broosheid heen te komen. Tot aan het einde toe tekent het onze weg, een weg die geen einddoel kent, want het einddoel is de weg, herinnert ons Germain Droogenbroodt, een weg die nooit rechtlijnig of vooraf vastgelegd is, die tegelijk begin en einde van een eindeloze regeneratie is. Het is misschien daarom dat de dichter de bundel met een aantal eerder elegische gedichten afsluit die vrij van sentimentaliteit of bombastische dramatiek, met sereniteit de onherroepelijke voorbijheid lijken te aanvaarden. Zoals in de voorgaande poëziebundels van de auteur bevatten ook deze gedichten de typische elementen die zijn poëtisch oeuvre kenmerken (beknoptheid, antithese, alliteraties, natuurelementen enz.). Alleen de elegische ondertoon die in bepaalde gedichten aanwezig is onderscheidt deze poëzie van “In de stroom van de tijd, meditaties in de Himalaya’s”, zijn
voorlaatste, in 2008 verschenen bundel.

Rafael Carcelén

Figuren/plaatjes:


Germain Droogenbroodt

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling:

Bot detected - pagehit Not For our stats.