De mooiste Japanse haiku's deel 1

Germain Droogenbroodt

paperback/ gebrocheerd: € 15,95
ISBN: 978-94-90347-22-2, geïllustreerd, 154 blz., juni 2012
Formaat: 21,5 (h) x 13,5 (b) x 1,4 (d) cm. Gewicht: 235 gram.

Uitgever: Boekenplan

beschrijving

Voor de meeste poëzielezers zullen haiku’s niet onbekend zijn. Dit rijmloze minigedicht,dat uit 3 regels van achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaat, is in Japan, waar het oorspronkelijk vandaan komt, zeer populair. Meer dan vijftig haikutijdschriften publiceren er maandelijks een tachtigduizend dezer kortgedichten, een jaarlijkse oogst van bijna een miljoen gepubliceerde minigedichten. Ondertussen zijn er ook heel wat Westerlingen die
drieregelige verzen schrijven. Mijn voorkeur gaat evenwel nog steeds naar de Japanse haiku omdat, naar mijn bescheiden mening, in de meeste Westerse haiku’s dat bijzondere, geraffineerde Oosters parfum ontbreekt. Daarom heb ik ook voor deze bloemlezing enkel Japanse gedichten geselecteerd, niet alleen van de vier belangrijkste maar dit keer ook van andere Japanse haikudichters.

Men vermoedt dat de eerste haiku’s in het begin van de 13de eeuw ontstonden uit de vroegere vorm van de mijika-oeta of tanka. Deze ook vrij gedisciplineerde versvorm bestaat uit twee strofen: de kami-no-ku of “bovenstroof” die 17 lettergrepen telt (5+7+5) en de shimo-no-ku of “onderstroof” die het met 14 lettergrepen (7+7) moet doen. Zoals hieruit blijkt is de haiku eigenlijk de “bovenstroof” van de tanka en bestaat uit 3 regels met
een totaal van 17 lettergrepen. Nu is het zo dat zelfs moderne Japanse dichters al eens van de strenge regels afstand doen. Zo vernuftig de structuur ook mag zijn, mij lijkt dat de poëzie belangrijker is dan de vorm. Daarom heb ik – zoals de meeste vertalers – enkele zeldzame keren van de perfecte haikuvorm afgeweken.

Een van de oudste grootmeesters van het genre was Arakida Moritake (1473-1549): in de slingerroos/kwam mij vandaag voor d'ogen/mijn eigen leven. Met amper 17 lettergrepen weet deze Shintopriester een beeld te scheppen van onze sterfelijkheid: de slingerroos, een wilde akkerplant die bloeit en vergaat.
Matsuo Bashô (1644-1694), wordt algemeen als de vader van het drieregelig gedicht beschouwd. Hij verbleef jarenlang in een Zen-boeddhistisch klooster in Kyoto. Reeds tijdens zijn leven had hij talloze volgelingen en de invloed van zijn poëzie is tot op heden blijven bestaan al gaf hijzelf volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht.
Zoals men zal merken bestaan de kortgedichten meestal uit suggestieve impressies, die door de dichter niet worden toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Een gedicht waar het duidelijk om de lente gaat is van die andere grootmeester Tanigucho Busson: Je gaat nu heen, ach,/en de wilgen zijn zo groen/de weg is zo lang...

Tanigucho Yosa Buson (1715-1783) blies de drieregelige dichtvorm die na Bashô tot gelegenheidsrijmelarij vervallen was, weer nieuw leven in. Volgens de Japanners is zijn poëzie al even groots als die van zijn voorganger. Hij werd in een klein dorp niet ver van Osaka geboren, maar trok op jeugdige leeftijd naar Tokio waar hij zich uitsluitend met de schilderkunst en het dichten van haiku's bezighield. Net als Bashô trok hij jarenlang door het land en vestigde zich later in Kyoto waar hij de naam Yosa Buson aannam en een resem discipelen zich rond hem schaarden. Hij werd in de Kimpukutempel van Kyoto begraven. Buson was ook een belangrijk, naturalistisch schilder, een van de belangrijkste van de Nieuw-Chinese stijl. Enkele schilderijen van hem zijn in de tempels van Kioto en Osaka te bewonderen.

Issa (1763-1827) schrijversnaam voor Kobayashi Yataro, de derde grootmeester van het kleine gedicht, werd als zoon van arme boeren geboren. Zijn moeder stierf toen hij amper drie jaar oud was. Zijn vader hertrouwde, maar de relatie met zijn stiefmoeder was zo slecht, dat hij op veertienjarige leeftijd het ouderlijke huis verliet en naar de hoofdstad trok waar hij allerlei karweien uitvoerde om zich in zijn levensbehoeften te voorzien.

Later wijzigde hij zijn naam en werd Haikaiji Nyûdô Issa-bô zu, wat ongeveer broeder Issa, lekenpriester van de haikutempel betekent. Hij nam de wandelstok en trok gedurende jaren op pelgrimstocht. Net als Bashô en Buson, was Issa tijdens zijn leven reeds een beroemde en gewaardeerde haikumeester. In tegenstelling tot de eerder ernstige filosofische gedichten van Bashô schreef hij ook een aantal eerder humoristische verzen, zoals: een winterse vlieg/ving en liet ik weer vrij maar/de kat at ze op. Het noodlot bleef hem tot aan zijn dood achtervolgen: niet alleen zijn vrouw maar ook zijn vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd en hijzelf overleed in armoedige omstandigheden. In de zomer van 1827 brandde zijn woning helemaal af. Oud en ziekelijk bracht hij de winter door in een schuur die ramen noch verwarming had en waar hij aan ontbering overleed.

Masaoka Shiki (1867-1902) de vierde haikumeester van deze anthologie, werd op het eiland Shikoku geboren en zou reeds als elfjarige poëzie geschreven hebben. Als zestienjarige trok hij eveneens naar Tokio waar hij zich intensief met de haikukunst bezighield. Zijn gezondheid was zeer labiel en op zijn eenentwintigste begonnen er zich reeds tekenen van tuberculose voor te doen. Hij schreef voor diverse haiku-tijdschriften en gaf zelf "Hototogisu" (koekoek) uit. Weldra verzamelde zich een hele groep haikudichters rond hem en vormden een nieuwe haikuschool die zich de nihon-ha noemde. Shiki stierf amper vijfendertig jaar oud.

De vertaling van een gedicht kan nooit als het origineel zijn, alleen reeds door het feit dat ieder taal een eigen klankkleur heeft.Daarom hebben wij naast een groot aantal gedichten de Japanse versie afgedrukt. Bij het vertalen van Oosterse talen is het probleem nog groter en dient de vertaler - opdat het resultaat een gedicht en geen gedrocht zou zijn - grotere vrijheid te nemen, nóg grotere in het geval van de zo gedisciplineerde haikuvorm. Ik vertaalde in samenwerking met Chinese en Koreaanse dichters Chinese en Koreaanse poëzie die in de POINT-reeks gepubliceerd werden, maar pas na al die jaren heb ik het gewaagd, bijgestaan door een aantal specialisten, de beste haiku's van deze vier grootmeesters te herdichten. Hoe onmogelijk de taak ook is, ik hoop dat deze Japanse vuurvliegen zullen zijn als het murmelen van de bron na middernacht, als het fonkelen van de berg na zonsondergang.

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling:

Bot detected - pagehit Not For our stats.