Revolutie

paperback/ gebrocheerd: € 17.50

ISBN: 978-90-79395-45-3, geïllustreerd, 188 blz., May 2020
Formaat: 21.0 (h) x 14.8 (b) x 1.5 (d) cm. Gewicht: 340 gram.

Uitgever: Kelderuitgeverij

woord vooraf: Matthias Lievens

inleiding: Siegbert Wolf

vertaald door: Johny Lenaerts

illustrator: Albo Helm

achterplat en flappen omslag

Binnen het socialistische denken neemt Landauer een absoluut unieke positie in. Hij is wars van het ‘wetenschappelijk’ socialisme van de marxisten: zijn maatschappijkritiek en zijn argumentatie voor het socialisme zijn niet gebaseerd op de wetenschappelijke bewijsvoering dat het kapitalisme onhoudbaar is en tot crisis zal leiden. Maar ze berusten evenmin op morele principes van rechtvaardigheid of mensenrechten, gelijkheid of vrijheid, zoals in het ‘ethisch’ socialisme. Noch zijn ze gebaseerd op het idee dat kapitalisme dominantie en depolitisering met zich meebrengt en dat pas in het socialisme mensen echt politiek zullen kunnen participeren, zoals in wat je het ‘politiek’ socialisme zou kunnen noemen.
Zijn maatschappijkritiek en revolutionaire visie vertrekken van heel andere uitgangspunten. De sleutelkwestie is betekenis of ‘zin’: het leven in het moderne kapitalisme is betekenisloos of zinloos. Revolutie is het streven naar nieuwe, betekenisvolle verbanden tussen mensen en met de natuur. Je zou het een zingevingssocialisme kunnen noemen, of in de terminologie van Landauer zelf: een socialisme van de ‘geest’. Die eigenzinnige invulling van het socialisme heeft wortels in het joods messianisme, de christelijke mystiek, de antiautoritaire traditie van Étienne de la Boétie tot Kropotkin, en het romantische denken over geschiedenis.
Landauer produceerde geen academische filosofie. Zijn werk is eerder visionair, het wil mensen in beweging brengen, hen op een andere manier naar zichzelf leren kijken. Toch zit er een diepe coherentie in, die het fascinerend maakt. Op basis van de notie van de geest ontwikkelt Landauer een originele visie op de geschiedenis, ontwikkelt hij nieuwe theorieën van de staat, het volk, en de intellectuelen, en geeft hij een heel eigen invulling aan het anarchistische socialisme.
Uit het voorwoord door de politiek filosoof Matthias Lievens.



Gustav Landauer (1870-1919) is één van de meest creatieve, fascinerende en raadselachtige figuren uit de anarchistische traditie. Zijn krachtige persoonlijkheid en visionaire schrijfstijl hebben een betoverend effect. Zijn betrokkenheid in een sleutelperiode in de geschiedenis van het socialisme en zijn martelaarsdood als revolutionair na de mislukking van de opstand in München in 1918 maken van hem een cultfiguur. Als inspirator van Walter Benjamin en Martin Buber speelt hij een belangrijke rol in de Duitse intellectuele geschiedenis van het begin van de twintigste eeuw. Honderd jaar na zijn dood is Landauer in brede linkse milieus echter een vergeten figuur. Zijn teksten zijn moeilijk, maar behoren tot de meest ontroerende en uitdagende die het anarchistisch socialisme heeft voortgebracht. Daarom is het zo belangrijk dat zijn werk opnieuw beschikbaar wordt, ook in het Nederlands.

Landauer schetst de moderne geschiedenis als een periode van verval van de geest die tot ‘ongeest’ (Ungeist) verwordt. Het wegvallen van een betekenisorde die verbindend is en de wereld op een zinvolle manier eenmaakt. Het hoogtepunt van de geest (of van sacralisering) is voor Landauer de late Middeleeuwen, een ‘maatschappij van maatschappijen’, opgebouwd uit overlappende gildes, corporaties en andere vrijwillige associaties die verbonden werden door de geest van het christendom. Van de (moderne) staat is nog geen sprake, van een intens gemeenschapsgevoel des te meer. De moderne periode is tegelijk een tijdperk van revolutie, van het utopisch streven naar een nieuwe geest. : Zijn denken sluit veel meer aan bij heel andere denkstromingen die rond de eeuwwisseling in Duitsland opgang maakten. De notie geest, die Landauer op zijn eigen manier hanteert, heeft wortels in de romantische traditie, bij mensen als Novalis. Die traditie kende een herleving rond 1900.
Landauers werk vertoont duidelijke parallellen met andere auteurs die in dezelfde periode schreven en door de romantiek waren geïnspireerd, zoals de jonge Georg Lukács voor zijn wending naar het marxisme. Het geschiedenisbeeld dat Landauer ontwikkelt in Die Revolution (1907) heeft veel weg van dat van Lukács’ in het tien jaar later verschenen Theorie van de roman (Lukács, 1980). Lukács beschrijft de tijd van Homerus en het grote epos als een periode waarin het individu ‘thuis’ is in de werkelijkheid en alles zinvol is. De geschiedenis van de literatuur kan je begrijpen vanuit de breuk met die antieke verzoening van het individu met de werkelijkheid. De mens is ‘transcendentaal dakloos’ geworden in een wereld die vanuit zichzelf geen betekenis meer heeft. De moderne roman is daar de scherpste uitdrukking van. In het werk van Dostojevski bespeurt Lukács echter nieuwe mogelijkheden voor het scheppen van een betekenisvolle wereld. Dit schema correspondeert heel sterk met dat van Landauer.
Ook het denken van één van de inspiratiebronnen van Lukács, Max Weber, levert handvaten om greep te krijgen op de teksten van Landauer. Webers notie van onttovering of desacralisering in de moderne tijd geeft heel goed weer waar het ook Landauer om te doen isHet christendom, stelt Landauer in Die Revolution, ‘gaf betekenis aan het sociale leven. Het was sacraal. Het was een Wahn’, en die laatste term ‘waan’ moet hier in positieve zin begrepen worden. De middeleeuwers waren in zijn ogen ‘bezield’: ze waren het product van de christelijke sacralisering in combinatie met de vitaliteit (een Nietzscheaans motief) van de nieuwe volkeren die een historische rol begonnen te spelen na de val van het Romeinse Rijk.

Waar er geen geest is, daar neemt geweld de overhand, en doen de staat en de aan hem gerelateerde vormen van autoriteit en centralisme zich gevoelen.

De revolutie is een microkosmos: in een ongelooflijk korte tijdsspanne bevrijdt ze de geesten van de mensen en toont ze aan dat de mensen werkelijke successen kunnen behalen. Ze is een baken van hoop die haar licht over de toekomst laat schijnen.
In de revolutie gaat alles ongelooflijk snel, zoals in de droom de slapende van de zwaartekracht bevrijd lijkt. Natuurlijk kunnen we iets dergelijks ook beleven in waaktoestand: in de late uren van reflectie, contemplatie, verbeelding en creatie kunnen we ervan overtuigd zijn dat we al onze doelstellingen zullen bereiken en dat we alle obstakels zullen te boven komen. Dan breekt evenwel de dag aan en zijn we er verbaasd over dat we zó optimistisch, zó stoutmoedig en zó goedgelovig hadden kunnen zijn. Deze duistere dagen duren lang en we zullen er gedurende vele nachten aan terugdenken, ontmoedigd, lusteloos, bedroefd en neerslachtig. Totdat er een nieuwe nacht komt waarin we vleugels lijken te krijgen en niets ons nog in de weg zal staan. En gedurende deze nachten zullen we terugdenken aan andere nachten, toen de zon in ons binnenste begon te schijnen, toen alles mogelijk leek, en toen we beseften dat het onze plicht was voor onze idealen te strijden.

Heel de reusachtige economische en technologische vooruitgang die we momenteel kennen is geïntegreerd in een systeem van sociale achteruitgang. Bijgevolg zal elke verbetering van de productiemiddelen en elke verbetering van de arbeidsomstandigheden een negatief effect hebben op de toestand van de arbeiders. Het is onze bedoeling om al degenen die tot inzicht gekomen zijn en tot het besef dat we zo niet langer verder kunnen, aan te sporen zich in bonden te verenigen en te werken voor hun eigen, directe consumptie: in nederzettingen, in coöperatieven, enzovoorts. Dat zal offers vergen. We zullen spoedig geconfronteerd worden met het grootste obstakel dat de staat voor ons opwerpt: het gebrek aan grond. Op dit punt zal de revolutie - waarvan we hier boven de loop tot op dit punt geschetst hebben - een nieuwe fase ingaan, waar we niets over kunnen zeggen. Dat geldt ook voor de sociale regeneratie; we kunnen ernaar verwijzen maar we kunnen niet zeggen hoe ze zich zal ontwikkelen. Dat zal afhangen van de volgende generaties en van diens oordeel. Ik ben van plan op een andere plaats de komst van het socialisme te bespreken.

Figuren/plaatjes:


  1. Leg in mijn winkelwagen!

Meer boekennieuws op Facebook.