Het tripartite boeteboek

Overlevering en betekenis van vroegmiddeleeuwse biechtvoorschriften (met editie en vertaling van vier tripartita)

Rob Meens

ingenaaid: € 69,00: GRATIS verzending! (NL)
ISBN: 978-90-6550-261-2, geïllustreerd, 582 blz., juni 1994
Formaat: 24,0 (h) x 16,0 (b) x 5,8 (d) cm. Gewicht: 1000 gram.

trefwoorden: vroegmiddeleeuwse geschiedenis middeleeuws wereldbeeld boeteboeken biechtvoorschriften zielzorg kerkgeschiedenis boete biecht geestelijkheid zonde seksualiteit theologie mentaliteitsgeschiedenis getarifeerd boetesysteem publieke boetedoening missionaris Angelsaksische kerk Ierse kerk vroege christendom tripartita Cummeanus Theodorus van Canterbury Columbanus P. Sangallense tripartitum P. Vindobonense B P. Parisiense I P. Capitula Iudiciorum handschrift paleografie codicologie receptiegeschiedenis bronnenonderzoek handschriftelijke overlevering teksteditie bewerkingstechniek middeleeuwse geschiedenis Middeleeuwen vroege Middeleeuwen

beschrijving

Boeteboeken bevatten beschrijvingen van allerlei volgens de christelijke leer zondige handelingen en gedachten, vooral sexuele. Aan elke zonde wordt een bepaalde boete gekoppeld, vandaar de benaming getarifeerde boetesysteem. Het werd door Ierse en Angelsaksische missionarissen in de loop van de zevende eeuw in Gallië geïntroduceerd en verving het veel minder flexibele systeem van de publieke boetedoening. Juist vanwege de sexuele inhoud zijn de boeteboeken lange tijd gemeden door historici. Inmiddels wordt de waarde van boeteboeken als bronnen voor sociaal- of mentaliteitshistorische studies wel onderkend. Een probleem bij het gebruik van deze bronnen is echter, dat de tekstoverlevering van deze geschriften nog zo weinig bestudeerd is. Met zijn studie naar de tripartite boeteboeken levert Rob Meens een bijdrage aan dit onderzoek. Tripartite boeteboeken zijn continentale boeteboeken die voortbouwen op drie bronnentradities: de Ierse (Cummeanus), de Angelsaksische (Theodorus van Canterbury) en de Frankische (teruggaand op het werk van de Ierse peregrinus Columbanus). Van vier van deze boeteboeken die nog niet eerder onderzocht waren, P. Sangallense tripartitum, P. Vindobonense B, P. Parisiense I en P. Capitula Iudiciorum, heeft Meens nu bronnen, datering, localisering en handschriftelijke overlevering bepaald. Van deze teksten is achterin zijn studie een editie met vertaling opgenomen. Een deel van de tripartite boeteboeken was bestemd voor bisschoppen, een ander deel werd gebruikt in de alledaagse zielzorg, zo blijkt uit bestudering van uiterlijk en inhoud van de handschriften waarin de tripartita zijn overgeleverd. Tot slot laat Meens zien, dat bestudering van de wijze waarop de compilatoren hun bronnen verwerkten - hun selectie, ordening, formulering -, de vraag kan beantwoorden in hoeverre de traditionele bepalingen in de boeteboeken een beeld geven van het leven en denken in de periode waarin deze teksten op schrift gesteld en gebruikt werden.

Meer boekennieuws op Facebook.

ingezonden mededeling:

Bot detected - pagehit Not For our stats.